• Home
  • Start Europees onderzoek naar bestraling bij hartritmestoornissen

Start Europees onderzoek naar bestraling bij hartritmestoornissen

Deze maand start het consortium STOPSTORM haar onderzoek naar bestraling bij hartritmestoornissen, onder coördinatie van het UMC Utrecht. Voor deze bestraling komen mensen in aanmerking die lijden aan ventrikeltachycardie, ofwel het fibrilleren van de hartkamers. Zij worden nu veelal behandeld met medicatie of door implantatie van een ICD (een defibrillator die met stroomstootjes corrigerend optreedt wanneer de hartslag ontregeld is). Bij aanhoudende ritmestoornissen, die onvoldoende reageren op therapie, ondergaan patiënten een invasieve katheterablatie*. Het doel van de studie door STOPSTORM is de mogelijkheid van een bestralingsbehandeling te onderzoeken bij patiënten bij wie de klachten aanhouden na katheterablatie. Hiervoor komt 30 tot 50% van deze patiëntengroep in aanmerking.

Gegevens uit acht landen worden verzameld

Een samenwerkingsverband van 31 instellingen in acht Europese landen start met het behandelen van  deze patiënten in studieverband. De behandeling, die ook toegepast wordt in de longoncologie, bestaat uit een hoge dosis bestraling, toegediend in één sessie. Radiotherapeut-oncoloog Joost Verhoeff leidt het onderzoek vanuit het UMC Utrecht. Hij zegt: “Sinds 2014 wordt deze behandeling al aangeboden bij verschillende instellingen. Helaas zijn de effecten niet overal goed gevolgd. Met het consortium stellen we een grote dataset van enkele honderden patiënten samen om zo de resultaten goed in kaart te brengen.”

Het belangrijkste doel van STOPSTORM is dan ook om in een grote populatie patiënten met ventrikeltachycardie de werkzaamheid en veiligheid van deze nieuwe behandeling te bepalen. Ook helpt de informatie om inzage te krijgen in welke dosis moet worden toegediend en hoe. Vanuit Harteraad zijn patiënten aangesloten in het project.

*Bij een ablatie gebruikt de arts een speciaal katheter, een dun slangetje met daarin een draad. Het uiteinde van de draad wordt verhit of gekoeld. De arts schuift de katheter door de bloedvaten naar het hart en maakt littekens door het hartweefsel te beschadigen. Deze littekens zorgen er voor dat elektrische prikkels die het hartritme verstoren, worden geblokkeerd.