Wat er gebeurt met het hart bij hartfalen

Hoe knap chirurgen ook kunnen werken, hoe slim elke nieuwe uitvinding ook is: er is een grens aan wat we kunnen repareren aan ons lijf. Soms werkt het hart gewoon niet goed meer. Na een of meerdere hartinfarcten, een jarenlange hoge bloeddruk of door een andere hartziekte, kan er sprake zijn van hartfalen. Het hart gaat dan steeds verder achteruit.

Wat gebeurt er dan?

Hartfalen zorgt voor klachten als vermoeidheid en kortademigheid. Hoe beter je conditie, hoe minder snel je daar iets van merkt. Ook een gezonde, rookvrije leefstijl met veel beweging, veel groente, weinig vet, weinig zout en de juiste medicijnen, kan dit proces vertragen. Toch zal het hart beetje bij beetje minder gaan functioneren en nemen de klachten toe. Een zware griep of longontsteking kan dat proces versnellen.

Aan welke klachten moet ik denken?

Uit onderzoek blijkt dat 66 procent van de mensen met hartfalen ernstige beperkingen ondervindt bij lichamelijke activiteiten zoals traplopen. Ook dagelijkse activiteiten zoals douchen of aankleden kunnen een probleem gaan vormen – daar heeft ruim een derde last van. En een op de vijf mensen ervaren sociale beperkingen, bijvoorbeeld bezoek ontvangen, naar een verjaardag gaan of uitgaan lukt niet meer. Deze cijfers zijn drie keer hoger dan bij – oudere – mensen die géén ziekte of aandoening hebben.

Welke hulp kan ik krijgen?

Er is hulp en ondersteuning mogelijk bij deze beperkingen. Denk aan een traplift, wijkverpleging, gesprekken met psycholoog of geriatrisch verpleegkundigen.

Waarom wordt het hart niet beter?

Kapotte hartspiercellen herstellen niet. In een beschadigd hart moeten de resterende hartcellen extra hard werken om de boel draaiende te houden. Zo raken ze overbelast, en op den duur óók beschadigd. Als de hartspier door een beschadiging niet meer goed in staat is het bloed door het lichaam te pompen, noemen we dat hartfalen.