Hedwig Hanselman, praktijkondersteuner bij huisartsenpraktijk in Doesburg, richt zich bij de behandeling van etalagebenen vooral op preventie en leefstijl.

Het belangrijkste onderdeel van leefstijl(verandering) is de motivatie

Hedwig Hanselman is praktijkondersteuner bij huisartsenpraktijk in Doesburg. Zij voert met haar collega’s onder andere CVRM-consulten uit. CVRM staat voor cardiovasculair-risico-management en heeft als doel het risico op hart- en vaataandoeningen te voorkomen. Er zijn verschillende factoren die voorspellen dat de kans op het krijgen van een hart- of vaataandoening groter wordt. Een aantal factoren zijn te beïnvloeden en daarmee wordt geprobeerd om het overlijden aan een hart- of vaataandoening te voorkomen.

‘’Preventie en leefstijl zijn de grote pijlers waar ik me op richt,’’ vertelt Hedwig. “Er is geen speciaal spreekuur voor mensen met etalagebenen. Zij krijgen dezelfde benadering als iemand met hartklachten, na een hartaanval of mensen met een doorgemaakt TIA of CVA (beroerte).”

Leefstijl

Het doel van deze consulten is het verbeteren of veranderen van de leefstijl om verergering van vaatlijden te voorkomen. Als de diagnose perifeer arterieel vaatlijden (PAV) al is gesteld, leg ik wel meer de nadruk op het belang van lopen. Ik wijs vooral op looptherapie onder begeleiding van een ClaudicatioNet fysiotherapeut en het stoppen met roken. Fietsen en zwemmen is goed voor de beweging en conditie, maar juist het lopen is zo belangrijk.”

In Doesburg doen ze deze consulten door mensen met een verhoogd risico jaarlijks op te roepen voor een bloedonderzoek en het verrichten van een aantal metingen. Tijdens een gesprek van een halfuur worden de risicofactoren en de uitslagen bekeken en besproken. Hedwig adviseert soms om zaken te veranderen in het dagelijks leven. Zij stelt samen met de patiënt een plan op om de leefstijl aan te pakken. Ook kan Hedwig adviseren en doorverwijzen naar een hulpverlener zoals een fysiotherapeut of een diëtist.

Behandelvoorstel

Naar aanleiding van het consult en in overleg met de patiënt maakt Hedwig een behandelvoorstel en bespreekt dit met de huisarts. De huisarts schrijft een recept voor als dat nodig is en Hedwig regelt eventueel een vervolgconsult. Leefstijl is een belangrijk onderdeel van het consult, dat is iets waar iedereen zelf mee aan de gang kan gaan. Maar het belangrijkste onderdeel van leefstijl(verandering) is de motivatie. “Als iemand in de bloedwaardes ziet dat het veranderen van het gedrag positief effect heeft, is dat heel motiverend. Dat zien we vooral met de cholesterol en de suikerwaardes. En als mede door het stoppen met roken en de begeleide looptherapie de loopafstand groter is geworden, dan is dat toch een fantastische beloning! Daar doe je het voor.”

Naast de CVRM-consulten voert Hedwig ook diagnostische testen uit. De EAI (Enkel-Arm-Index) wordt met een doppler-apparaat gemeten. Hiermee kijken we of er voldoende doorbloeding is naar de benen en voeten. Als deze te laag is betekent dit dat de bloedvaten vernauwd zijn. Hoe lager het getal hoe minder doorbloeding er is. Om erger te voorkomen is het belangrijk om ondanks de pijn meer te gaan lopen en andere factoren aan te pakken die afwijkend zijn (bloeddruk, cholesterol, lichaamsgewicht en conditie). Deze EAI wordt vervolgens in principe niet herhaald. De maat voor verbetering is namelijk de (pijnvrije) loopafstand.

De diagnose ‘etalagebenen’ wordt gesteld op basis van de klachten, het lichamelijke onderzoek en de EAI-meting. De patiënt wordt dan voor looptherapie doorverwezen naar de ClaudicatioNet fysiotherapeut. Pas als er geen verbetering optreedt in de pijnvrije loopafstand, ondanks de looptherapie, sturen we de patiënt door naar de vaatchirurg. “Eigenlijk stimuleren we altijd de leefstijlverandering om een goed resultaat op lange termijn te krijgen. Dat gebeurt zowel bij de looptherapie als bij de behandeling door de vaatchirurg’’, sluit Hedwig af. Daar speelt de praktijkondersteuner een grote rol in.

Een EAI-meting vindt plaats bij de huisarts (praktijkondersteuner) of in een vaatlaboratorium in het ziekenhuis. In een vaatlaboratorium is meer ervaring met dit onderzoek en zijn aanvullende testen mogelijk, zoals een looptest of een teendrukmeting. De gespecialiseerde kaderhuisartsen hart- en vaatziekten geven aan dat het mogelijk is om de EAI-meting in een huisartsenpraktijk te doen, als zij voldoende geschoold zijn.